Artikel van Ykje Vriesinga, gepubliceerd in NCR op 12 juni 2020

Videobellen in coronatijd maakt ons weemoedig. Juist als we elkaar zien, beseffen we weer dat we niet bij elkaar kunnen zijn, zegt Gianpiero Petriglieri, universitair docent aan Insead.

Rouw. Dát was wat Gianpiero Petriglieri (47) voelde tijdens het lesgeven via Zoom aan zijn studenten van de Franse businessschool Insead en het adviseren van bedrijven wereldwijd, ook via videoverbinding. Hij voelde zich compleet uitgeput na een dag ‘zoomen’ vanuit zijn huis op het platteland nabij Fontainebleau, een uur rijden van Parijs. „Als er vroeger niets op televisie was, kreeg je zo’n beeld met sneeuwvlokjes. Zo voelde ik me. Lamgeslagen, leeg.”

Het duurde even voor de Italiaan Petriglieri, expert in menselijk gedrag binnen organisaties, het kon plaatsen, vertelt hij in een telefonisch interview. Hij was toch voor de coronamaatregelen al gewend aan videobellen? Bij Insead, met campussen in onder meer Singapore en Abu Dhabi, is digitaal overleg tussen collega’s doodgewoon. En was hij niet dankbaar voor de technologie waarmee hij contact kon houden met deelnemers aan het studieprogramma voor beginnende managers dat hij leidt?

Waarom was hij dan zo moe? De conclusie van Petriglieri: anderen zien via videobelprogramma’s als Zoom doet ons extra beseffen dat we niet bij elkaar kunnen zijn. Het doet ons verlangen naar hoe het leven was. Naar écht contact. Dat geldt zeker voor videobellen met familie en vrienden, maar ook met collega’s. Er is een woord voor de psychisch belastende ervaring van getart verlangen: rouw.

Zoombies

In een goed gelezen opinieartikel in de Britse zakenkrant Financial Times omschreef Petriglieri vorige maand de bevreemdende beleving die we van elkaar hebben tijdens videobellen: „We zijn Zoombies voor elkaar geworden.” Net als de zombies in boeken en films zijn we niet helemaal menselijk. Maar anders dan zombies hebben we wél gevoelens. „Het weegt op ons hart. De digitale schermen die ooit onze reikwijdte vergrootten, laten ons nu mensen zien die we kwijt zijn.”

De aandacht voor emoties is typerend voor Petriglieri, die al tijdens zijn opleiding tot psychiater geïntrigeerd was door de rol van werk in het leven van mensen en de invloed op hun mentale gezondheid. Hij schreef onder meer over terugkeren op het werk na het verlies van een ongeboren kind en het steunen van collega’s in rouw, voor managementpublicaties als de Harvard Business Review. Sinds de Covid-19-pandemie maakte hij onder meer essays over de menselijke neiging om de complexe gevoelens die horen bij een crisis, te begraven onder een berg werk.

Eind maart, vlak na het ingaan van coronarestricties in Europa, schreef u zelf ook aan ‘paniekwerken’ te doen. Hoe gaat dat nu?

„Beter. Het helpt dat ik eerder onderzoek heb gedaan naar de werkgewoontes van freelancers en ook jarenlang voor mezelf heb gewerkt, vaak op afstand. Ik wist dat grenzen belangrijk zijn als je thuiswerkt. Dus ik stelde een schema op voor mezelf, nam pauze om met mijn gezin te lunchen en hielp onze twee kinderen van tien en elf met hun huiswerk.

„Maar toch was het uitputtend. Al wil ik niet zielig doen, ik besef dat ik een bevoorrechte positie heb met een vaste aanstelling en prettige levensomstandigheden.

„Eén van de dingen die denk ik voor veel mensen geldt, zeker aan het begin van de lockdowns, is de wens om altijd beschikbaar te zijn voor collega’s en andere professionele contacten. Je weet dat iedereen door een onrustige tijd gaat, dus je wilt snel reageren als iemand een vraag heeft of iets wil delen. Je wilt mensen niet laten zitten.”

Gevolg: urenlang achter de computer zitten?

„Ja. Maar het zijn niet alleen de lange dagen die het zwaar maken. Zoals ik in het Zoombie-stuk uitleg, kost bij videobellen de dissonantie tussen elkaar zien, maar niet bij elkaar zijn, onbewust veel energie.

„We leven in een wereld waarin zaken vaak heel intellectueel worden benaderd. Rationeel. We zijn grotendeels blind voor de enorme rol die emoties spelen in onze beleving. Laat staan fysieke sensaties. Nu we op afstand van elkaar leven, merken we hoe belangrijk dit ongemerkt is geweest.

„Mensen zijn sociale dieren. We zijn gebouwd om in groepen te leven, om bewust, maar vooral ook onbewust, signalen van elkaar op te pikken. Die subtiele signalen mis je bij digitale communicatie. Het brein draait overuren om dat tekort te compenseren.”

We moeten nog wel een tijd zo door. Ziet u oplossingen?

„Ten eerste: die vermoeidheid heeft een functie. Het is gezond om die te voelen. Het werkt niet om te ontkennen dat we heel anders werken en leven dan we hiervoor deden. De uitputting hoort er af en toe gewoon bij.

„Ik denk dat de uitputting ook deels komt doordat we in deze tijd zoveel compassie voor elkaar aan de dag leggen. Checken of het goed gaat met onze collega’s, onze vrienden, onze familie. Misschien zijn we moe omdat ons hart aan het werk is. Dat is alleen maar mooi. Maar dat wil niet zeggen dat je niets kunt doen om het lichter te maken.”

Zoals?

„Ik heb ervoor gekozen om het aantal videocalls sterk te beperken. Telefoneren kost veel minder energie, merk ik. Omdat je die dissonantie niet hebt die ik net omschreef. Ik doe daarom ook niet meer mee met virtuele borrels met collega’s. Het is allemaal leuk bedoeld, maar je ontspant veel meer met mensen van vlees en bloed om je heen. Zoals buren, of vrienden in je omgeving. Dat kan prima op anderhalve meter afstand.

„Verder is bewegen heel belangrijk. Niet alleen voor je fysieke gezondheid, maar ook mentaal. Om weer te landen in je lichaam. Mensen met bureaubanen zitten heel veel stil. Vanwege corona hebben we zelfs die fietstocht of wandeling naar het werk niet meer. Net zoals we gemaakt zijn om in groepen te leven, zijn we ook gemaakt om te bewegen. Dus neem even pauze, loop of ga een stukje fietsen.

„Vergeet niet: voor corona hadden mensen in organisaties met de meest ongezonde werkculturen in ieder geval dat kleine momentje voor zichzelf terwijl ze van de ene naar de andere vergadering liepen. Je moet even kunnen ademen. Dus plan nu niet afspraak na afspraak, ook al is dat verleidelijk omdat je alleen maar op een knop hoeft te drukken om elkaar te zien of spreken.”

U heeft zich ook uitgesproken tegen het gebruik van oorlogstaal in de politiek en het bedrijfsleven. Zoals de uitspraak van de Franse president Macron dat ‘we in oorlog zijn’ met het virus. Waarom?

„In het bedrijfsleven wordt altijd al veel gewerkt met oorlogsmetaforen. Managers hebben missies, strategieën, doelen. Het ligt in deze tijd nog meer voor de hand om te denken in termen van strijd. Voor veel bedrijven is het een gevecht om te overleven.

„Het probleem met dit soort taal is dat het agressie oproept. Oorlog kenmerkt zich door ontmenselijking. Kwetsbaarheden moeten aan de kant gezet, emoties genegeerd. We moeten immers stoïcijns doorvechten, niet verslappen.”

Wat moeten leiders dan wel doen?

„Wat mensen nodig hebben van hun leiders, is zorgzaamheid. Betrokkenheid bij de gevoelens en ervaringen van de mensen die ze leiden. Juist ook bij pijnlijke ingrepen, zoals een ontslagronde. Als collega’s onderling kun je elkaar steunen, maar als manager is het expliciet jouw taak om voor mensen te zorgen.

„Ik val in deze tijd terug op het basisprincipe van mijn studie medicijnen: zorg voor mensen. Na die eerste fase van paniekwerken heb ik mijn to-do-lijst vervangen door een zorgen-voor-lijst. Wie in mijn team heeft mijn zorg nodig? Wie is er het meest bij gebaat? Ik ben sindsdien veel productiever en voel me nuttig en vredig.”

U heeft eerder gewerkt als psychotherapeut. Maar niet iedere manager bezit de emotionele vaardigheden daarvoor, toch?

„Onzin. Zo’n denkwijze vind ik nou typisch een product van de doorgeschoten taakgerichte benadering van management. Nagenoeg ieder mens, dus ook iedere manager, is in staat tot compassie. Want ook dat is ons als sociale dieren aangeboren. Maak het niet ingewikkelder dan het is. Vraag mensen gewoon hoe het met ze gaat.

„Een leider hoort daar het initiatief in te nemen. Zodat mensen voelen dat het veilig is om hun ervaringen en emoties te delen. Vaak zie je dat alleen al het kunnen uiten veel stress en spanning wegneemt.”

Vreest u niet dat de economische neergang ervoor gaat zorgen dat organisaties sterk taakgericht gaan worden? Men moet immers overleven.

„Ik durf niet te voorspellen welke kant het opgaat. Voor corona was er al een jarenlange trend voor meer menselijkheid binnen organisaties. Ik zie binnen bedrijven en teams grote bubbels waarbinnen compassievol met elkaar wordt samengewerkt. Maar op andere plekken zie ik de druk om als machines te functioneren, om doelen te halen, om net zo rationeel te zijn als de technologie die we gebruiken.

„De huidige protesten van Black Lives Matter laten diezelfde spanning zien. Aan de ene kant zijn er politici die een ontmenselijkend model van leiderschap tonen. Anderzijds zie je grote groepen die zeggen: we willen dat onze menselijkheid eindelijk volledig wordt gezien en erkend.”

Artikel van Ykje Vriesinga, gepubliceerd in NCR op 12 juni 2020

Leave a Reply