Artikel van Volkskrant redactie, gepubliceerd op 8 juni 2020

Gewoon een ommetje tijdens je thuiswerkdag of een flinke tocht naar onbekend gebied: wandelen heeft aan populariteit gewonnen tijdens de coronacrisis. Waarom is het maken van een wandeling zo fijn? We verzamelden de mooiste stukken over kuieren door de natuur.

De charme van wandelen

Het tempo van de lopende mens is nog altijd de ideale snelheid om zowel te reizen als te observeren en te denken, schrijft Caspar Janssen. Hij citeert Rebecca Solnit in Wanderlust: ‘Wandelen is idealiter een staat waarin geest, lichaam en wereld zich op één lijn bevinden. Elke wandeling een tochtje dat ontspannen genoeg is om zowel de vergezichten waar te nemen als erover na te denken, om het nieuwe en het oude op te nemen.’

Zo dachten grote denkers als Jean-Jacques Rousseau er ook over, blijkt uit een beschrijving van hem in Bekentenissen (1781-1788): ‘Ik kan alleen mediteren wanneer ik loop. Hou ik daarmee op dan hou ik op met denken, mijn geest werkt alleen samen met mijn benen.’

Lopen is de beste methode om grip te krijgen op de omgeving, schreef Janssen aan het begin van zijn voettocht door Nederland, waarvan hij in de Volkskrant gedurende anderhalf jaar verslag deed. ‘Je loopt, dat is het enige wat je doet, en daardoor word je een levende ontvanger voor alles wat je tegenkomt, alle zintuigen staan op scherp.’

Waarom in je uppie wandelen fijn is

Misschien wandel je het liefst samen met een vriend, zodat je ondertussen kunt bijkletsen. Janssen denkt daar anders over. ‘Eenzaamheid, alleenheid, het kan een extra dimensie geven. Verdieping zelfs, al zit je daar niet altijd op te wachten en zijn grote woorden natuurlijk altijd verdacht.’

Als groot voordeel noemt Janssen het feit dat er geen een schaamte is voor je onwetendheid. ‘Hoe vaak ik niet minutenlang naar een vogeltje heb getuurd om er uiteindelijk achter te komen dat het ‘gewoon’ een vink was. Het overkomt me nu weer, inmiddels in het bos. Ik zie twee boomklevers op de stam van een dode beuk, ik herken ze meteen, voor boomklevers draai ik mijn hand niet meer om. Maar even verderop hoor ik weer een bijzonder vogeltje. Mooie fluiter, maar wat is het ook alweer? Een beetje tegen het licht in ontwaar ik het exemplaar, niet helemaal duidelijk, ergens bovenin een boom. Oranje borstje, zwarte oogstreep, prachtig, bijzonder beestje. Maar wat zou het zijn? Pas veel later, ik ben al peinzend doorgelopen, weet ik het teleurstellende antwoord: ook een boomklever natuurlijk.’

Het creatieve brein áchter die fijne wandelroutes

De mooie wandelroutes die u in boekjes vindt, die worden bedacht door iemand. Door mensen als Rob Wolfs en Rutger Burgers. Ze zijn wandelroutemakers en verantwoordelijk voor het ‘ontwerp’ van zeker zevenhonderd wandelroutes in Nederland.

Je zou het niet zeggen, maar het ontwikkelen van een gemarkeerde route kan jaren duren. Wolfs: ‘Vergaderen, onderhandelen, telefoneren, masseren, net zo lang tot je een acceptabele route hebt.’ Burgers: ‘Je hebt te maken met de wensen van opdrachtgevers, die vaak een bepaald thema en een lengte in gedachten hebben. En met terreineigenaren. Landgoedeigenaren, natuurorganisaties, waterschappen, boeren, omdat de route over hun land gaat, en er ook paaltjes moeten komen, of markeringen. Maar ook met gemeenten en provincies. Als wij een oversteekpunt willen markeren bij een provinciale weg, dan moeten we daar toestemming voor hebben.’

Mensen en organisaties overhalen om mooie paadjes open te stellen vergt tijd. ‘Eerst gaan dan de hakken in het zand, maar uiteindelijk wordt het pad toch opengesteld’, vertelt Wolfs. ‘En naarmate zo’n route concreter en bekender wordt, is het ook makkelijker om nog meer paden opengesteld te krijgen. Wij zijn dan het keffertje. Volharden in het opkomen voor de belangen van de wandelaar.’

Extra winst: wandelen houdt het brein gezond

Wandelen bevordert je welzijn en houdt je hersenen jong, bepleit de Ierse breinonderzoeker Shane O’Mara in zijn boek Te voet. Wat er gebeurt, aldus O’Mara, is dat zodra een mens overeind komt en gaat lopen, ook het brein overeind schiet. Verspreid over het hele brein worden gebieden actief: het gehoor, gezichtsvermogen en de reactiesnelheid verbeteren, je doet een beroep op je evenwichtsgevoel en op de coördinatie van je motoriek, je moet anticiperen op de bewegingen van anderen om je heen, de in je brein gevormde cognitieve kaarten van de omgeving worden geactiveerd en bijgewerkt en het geheugen helpt ons naar onze bestemming. En in een actief brein vormen hersencellen gemakkelijker nieuwe verbindingen, wat goed is voor het nemen van beslissingen, het oplossen van problemen en voor je creativiteit.

Stof tot nadenken tijdens het wandelen: welk landschap kiezen we?

Wie wandelt, kijkt kritisch naar het landschap. Hoe ligt Nederland erbij? Schoonheid is vaak geen argument bij de invulling van het Nederlandse landschap. Dat is vreemd, zo schrijft Caspar Janssen in dit essay over de natuur, want wie kiest er nu bewust voor om te leven in een lelijk land? Wie verkiest een leeg weiland met één grassoort dat erbij ligt als een biljartlaken boven een bloemrijk grasland met koeien, grutto’s en kieviten?

Tijdens zijn tochten ziet Janssen kleine lichtpuntjes – agrarisch cultuurland met volop natuur: op de Overijsselse landgoederen Twickel en Lankheet en het Gelderse landgoed Sieverdink, op de percelen van vleesveehouder Rens Kolff bij Uppel in West-Brabant.

‘Al deze boeren vormen nog altijd een kleine minderheid. De hoofdstroom gaat – gestuurd door de wereldmarkt en de Europese subsidies – onveranderd de andere kant op. Richting schaalvergroting, minder boeren, meer productie, monoculturen, lagere prijzen. En richting een lelijker landschap met nauwelijks nog natuur. Dat speelt zich af op 60 procent van ons grondgebied. Dat is het land dat het beeld bepaalt van Nederland. Of, zoals Siemen Dijkstra, beeldend kunstenaar uit Dwingeloo zei: ‘Mensen maken zich druk over het verdwijnen van Zwarte Piet, maar ons landschap zegt pas echt iets over onze identiteit.’

Artikel van Volkskrant redactie, gepubliceerd op 8 juni 2020

Leave a Reply